Ik denk veel, heel veel. Meestal in liederen. In gesprek met een vriendin kan het maar zo zijn dat ik niet per se inga op het vertelde, maar haar aanvul met een lied waarin haar gesproken woorden terugkomen. De laatste weken dacht ik voornamelijk in christelijke kinderliedjes. Soms tot verbazing van mijn -niet christelijke- collega’s.
Opgegroeid in een Christelijke Gereformeerde Kerk, maakt dat uit mijn mond ook met regelmaat Psalmen of Gezangen te horen zijn. Met als favoriet gezang 293: ‘wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand’. Toepasselijk, nu toch echt het einde van mijn studie in zicht is.

Uren kan ik mijmeren over welk plekje ik zal invullen. Een ware rasjournalist, een kamertje op de zolderkamer als schrijfster of zijn mijn ogen nog niet helemaal geopend voor mijn ware talent? Manlief stelde mij gerust, ik mag ook thuisblijven bij de kinderen als ik het echt niet meer weet. Klinkt aantrekkelijk, maar dat is wellicht de makkelijkste weg.

Ik ben nogal van het spiegelen en bespreek daarom geregeld mijn toekomstplannen met mijn stagebegeleidster. Na acht weken spuien weet ze dat ik graag een jonge mama word, twijfel over de journalistiek en een opleiding tot docent Nederlands overweeg. ‘Oooh, Wieteke. Dat zie ik zo voor me!’ Lichtelijk verbaasd hoor ik hoe ze haar woorden herhaalt. ‘Ik zie jou wel voor een klas staan.’ Onder het mom 'toets alles en behoudt het goede' zoek ik contact met de hogeschool. Binnen een week rolt er goed nieuws mijn mailbox binnen. De overheid staat te popelen om nieuwe studenten toe te laten voor een studie in het onderwijs.

Ik ben nog niet helemaal overtuigd, ook niet als ik die week een confronterend -maar waar- gesprek heb met mijn stagebegeleidster. Ze mist de journalistieke attitude in mij. De passie waarmee ik de opleiding was begonnen ben ik onderweg verloren. Zo tussen het schrijven door. Ik ben geen nieuwtjesjager. Ik ben een dromer. De nieuwsgierigheid is met de jaren weggeëbd, en de kritische blik heeft plaats gemaakt voor een plaatjesboek vol dagdromen.

Met nog een paar weken voor het einde van mijn stage, sta ik met lege gestrekte handen. Vol verwachting uitziend naar het moment waar God mij bij de hand neemt. ‘Waar de weg mij brenge moge, aan des Vaders trouwe hand loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land.’ Gezang 293 - Liedboek voor de Kerken 1973

Wieteke

Wie is Wieteke?