legoblokjes en ander spul

De hele vloer van mijn huiskamer ligt bezaait met legoblokjes, nopper en ander spul. Soms geef ik een ingehouden schreeuw als ik op mijn sokken weer op zo’n speelgoed straaljager ga staan.

Bij de salontafel staat mijn kleinzoon, een blond jongentje van een jaar of vijf met diezelfde blokjes te spelen terwijl hij met een halve blik naar de TV kijkt. Ze zijn hier nu een paar dagen, zijn moeder – mijn schoondochter – en hij mijn kleinzoon.

Mijn zoon en tweede kleinzoon zijn thuis. Thuis in het verre land waar ze wonen. En over twee weken vliegt schoondochter met zoon weer terug naar dat verre land. Maar nu is tie hier en kijkt TV alsof het nooit anders is geweest.

Een paar jaar zijn ze nu al weg. Vertrokken om daar in de vreemde hun deel te doen. Een druppel op een gloeiende plaat. Maar elke druppel is het meer dan waard. Ze proberen hun rijkdom, onze rijkdom te delen en iets van Gods liefde voor alle mensen te laten zien.

Maar nu staat hij daar bij mijn tafel. Een playmobiel brandweerman op een lego boot en K3 op tv. Mijn kleinzoon.

In deze tijd met internet en Skype komt hij - als hij hier niet is - regelmatig via het beeldscherm mijn werkkamer in. Meestel dolt en springt hij op het scherm en zegt meestal vrij snel ‘Ik wil niet meer skypen…’.

Dag Sven, zeg ik dan, tot de volgende keer. Dag Opa, zegt Sven dan, tot de volgende keer.

Vaak staar ik dan nog even naar dat scherm waar ik hem net zag…

 

Henk Kelder, mei 2015